U kijk naar een archiefpagina.
Klik op de link hieronder om de huidige site te bezoeken.
http://www.ct.nl
Aftappen: Tappen providers nu illegaal nf&llogo.gif (4335 bytes)
F&L Home   Nieuws    c't    PC Mobiel   Microvisie   IBIS Magazine   Design Your World  

c't-home

06-2001

Zoek
in:
In dit nummer
Actueel
Nieuws
Magazine
Software
Hardware
Knowhow
Praktijk
Media

Listings en programma's
Archief
c't archief
Service
Nieuwsbrief
gratis abonnement

Nabestellen
Printplaten


Drivers
ftp:

abo-service

Abonnement
Overzicht

Jaarintro-abo
intro-abo
studie-abo
65+-abo
IBM-PCPC-abo
HCC-c't-abo
c't-cadeau-abo

 

F&L
Colofon and Copyrights

 

 

Inhoud

 
 

06-2001Reportage Aftappen ISP’s

zoals gepubliceerd in de c’t 2001, Nr. 6

Tappen: alle providers nu illegaal

Het web van de Nederlandse aftap-regeling

Op 3 april verscheen op internet [1] een anonieme posting met daarin de aftapspecificaties voor Nederlandse providers. De posting bevatte tevens de antwoorden van de overheid op vragen van het Nationale Aftap Overleg (NAO [2]) over de juridische en technische aspecten van de op 15 april ingetreden aftapverplichting [3] voor ISP’s.

Paul Wouters


 Eind 1998 is de nieuwe Telecommunicatiewet in werking getreden, met in artikel 13 de aftapverplichting voor alle aanbieders van “openbare telecommunicatienetwerken en -diensten”. Zulke aanbieders dienen zich te registeren bij de OPTA [3] en moeten al hun netwerken en diensten aftapbaar maken voor de overheid. De specificaties voor het aftappen van telefoongesprekken, zowel op het vaste net als via ISDN of GSM waren wel duidelijk. Het aanstormende probleem was echter het internet. Providers werd tot 15 augustus 2000 uitstel [4] verleend, omdat de overheid zelf nog niet wist hoe het internet te tappen. Het NLIP (de brancheorganisatie van internetproviders) en de overheid (GOVtech) vormden samen de “Werkgroep Aftappen Internet” (WAI). Die trachtte de specificaties te schrijven voor het aftappen. De klus bleek al gauw te moeilijk. De overheid verleende wederom uitstel, ditmaal tot 15 april 2001.

De NLIP-leden zagen een groot gemeenschappelijk probleem, namelijk dat niemand op tijd aan de aftapverplichting zou kunnen voldoen. Daarom richtten zij in december 2000 het NAO op ter coördinatie tussen de afnemers en leveranciers van aftapmachines en de overheid.

Ondertussen leefde de rest van de internetwereld in de waan dat de aftapregeling slechts voor Access Providers zou gelden. De staatscourant [5] meldde immers op 19 januari 2001 nog dat een OPTA-registratie vereist was om de specificaties van de aftapprotocollen te krijgen. Tot dan toe hadden echter alleen de grote telecom-municatiebedrijven, backbone ISP’s en Access Providers zo’n registratie.

Tussen de anoniem geposte documenten zat ook een brief [6] met een aantal antwoorden van het ITO, de hofleverancier van ICT-diensten voor Justitie. Daarin werd bevestigd dat iedereen die openbare internetdiensten aanbiedt, dus óók webhosters, aftapbaar dienen te zijn. Deze mening had ook de staatssecretaris, die in een brief op 28 maart aan het NAO te kennen gaf dat alle mondelinge overeenkomsten die ze met het NAO had gemaakt, van tafel waren geveegd. Het NAO schreef een woedende reactie [7] maar bleef gek genoeg de illusie houden dat er met de overheid nog onderhandeld kon worden - hoewel de overheid toch onomstotelijk te kennen had gegeven direct alles en iedereen te willen kunnen tappen. En dat, op kosten van de providers; kosten waarvan eerder beloofd was dat ze niet boven 1% van de omzet van een ISP zouden komen. Dit bleek echter volstrekt irreëel. Op de door de NAO georganiseerde “vendordag” op 1 maart boden de leveranciers slechts “vaporware” aan. Alleen één bedrijf, Comverse Infosys, heeft inmiddels een werkende aftapmachine (zij zijn ook de leverancier van het ontvangende deel in de tapkamer). De kosten hiervan variëren echter van 100.000 tot enkele miljoenen guldens, afhankelijk van de grootte van de ISP.

Slechte overheidsvoorschriften

 Niemand kon zijn product af hebben omdat de overheid pas in februari 2001 over de technische specificaties beschikte. Deze Transport of Intercepted IP Traffic(TIIT) [8], was duidelijk een haastklus. De specificatie mist namelijk essentiële onderdelen, en is duidelijk niet door crypto-analisten bekeken. Ian Goldberg, het crypto-meesterbrein van de universiteit
van Berkeley, heeft op verzoek de specificatie doorgenomen. “Onveilig gebruik van NTP, onbekende MD5-hashes met zeer waarschijnlijk te lage entropie, 64 bits van RC4-encryptie weggooien, onmogelijke fake packets met pseudorandom” waren zijn eerste opmerkingen. Maar het meest kwetsbare vond Goldberg de digitale handtekening van de rechter-commissaris, die de tap moet autoriseren. Ook Niels Provos van de universiteit van Michigan, programmeur van onder meer OpenBSD, OpenSSH, en IPsec verklaarde dat de gebruikte protocollen van de TIIT, te weten SSL/TLS en IPsec, nooit op basis van een blackbox-idee zouden mogen werken. Het is te makkelijk om met deze protocollen in plaats van de “randomdata” (die op sommige punten in deze protocollen vereist is) extra informatie te versleutelen, zoals de cryptografische sleutels van diezelfde versleutelde verbinding [9]! De producent (of overheid van deze producent) zou dan namelijk simpelweg alle versleutelde informatie van deze aftapdozen kunnen ontsleutelen.

Webhosters niet uitgesloten

 Door de brief van de staatssecretaris van 28 maart vertegenwoordigde het NAO plots echter nog maar heel een klein deel van de betrokken partijen. Toch bleef ze, achter min of meer gesloten deuren, met de overheid onderhandelen als “vertegenwoordiger” van alle partijen die aan de aftapverplichting dienden te voldoen. Met als klap op de vuurpijl de aankondiging [10] op 18 april dat zij een exclusieve overeenkomst met de overheid afgesloten heeft. Een deel van de overeenkomst houdt in dat er al weer een andere organisatie wordt opgezet, de Nationale Interceptie Organisatie (NIO). Deze organisatie zal gezamenlijk te gebruiken aftapdozen kopen en providers ondersteunen bij het beoordelen en uitvoeren van internettaps. Zij denkt daar 9 tot 12 maanden voor nodig te hebben. Totdat er werkende aftap-apparatuur is krijgen NIO-leden, alweer volgens de overeenkomst, uitstel van de tapverplichting. Niet vreemd dus dat opeens webhosters massaal lid wilden worden van het NAO (de enige manier om uitstel te krijgen, en onder de f 100.000 kosten uit te komen). Een enkeling lukte dit op het moment dat zijn bedrijfsnaam ‘providerachtig’ genoeg bleek. Op de NAO-mailinglist[11] werden deze, en vele andere relevante vragen door webhosters ter discussie gesteld. Er kwamen van het NAO geen duidelijke uitspraken, want uitspraken doen betekent verantwoordelijkheid nemen en dus richting kiezen. Het NAO prefereert alle partijen te vriend te houden, en probeert een zo neutraal mogelijk standpunt in te nemen. Het NAO beslist via een mandaat van het NLIP, en werd door een van zijn leden zelfs omschreven als een “theekransje dat geen statuten of regels nodig heeft”. Uitstel van de tapverplichting is echter alleen te verkrijgen door deelname in het NIO, dat op zijn beurt weer deelname in het NAO (en eigenlijk in het NLIP) veronderstelt. Het NLIP beslist dus uiteindelijk feitelijk over tapbevelen voor organisaties die het zelf expliciet niet vertegenwoordigt.

 Ondertussen moet de webhoster echter aftapbaar zijn volgens de wet. Een tapmachine kost minimaal 100.000 gulden. Zelf bouwen kunnen ze officieel niet, want de TIIT-specificatie (alsmede feitelijk lidmaatschap in het NAO/NIO) kan alleen opgevraagd worden door bedrijven met een OPTA-registratie. Zo’n registratie kost voor een webhoster echter minimaal HFL 6000 per jaar, omdat volgens de OPTA een webhoster in de categorie “aanbieder van openbare telecommunicatie-dienst met 1 datanetwerk” valt. De OPTA zelf lijkt nog geen officieel standpunt te hebben ingenomen: afhankelijk van wie er belt en hoe de vraag geformuleerd wordt, krijg je een verschillend antwoord.

Opentap

 Langzaam worden webhosters en programmeurs wakker. De uitgelekte TIIT-specificatie is weliswaar officieel geheim, maar is volgens het document zelf vrij verspreidbaar. Daarom wordt de tapsoftware nu door een stel programmeurs als OpenSource geïmplementeerd. Men verwacht al binnen enkele weken een prototype af te hebben. Hou dus de website van Opentap[12] goed in de gaten. Je vindt er de laatste ontwikkelingen op zowel juridisch als technisch vlak. Hopelijk zal Opentap in staat zijn om ervoor te zorgen dat binnenkort iedereen dus gewoon zijn eigen machine kan bouwen die aan de specificatie voldoet.

 

De ‘geheime’ internet-tapkamer van de overheid

Het Directoraat-Generaal Telecommunicatie en Post (DGTP) wist te vertellen dat de TIIT-specificatie als openbaar document bedoeld was, maar dat het Ministerie van Justitie en de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) te bang waren voor “denial of service”-aanvallen op hun apparatuur. Daarom werd de OPTA-registratie-norm als eis voor het opvragen van de specificatie gebruikt om zo een mate van geheimhouding te creëren.

Ook de aftapmachine moest geheim blijven. Een beetje naïef. Zo’n snelle internetverbinding verbergen? Niet dus! De aftapgegevens gaan van de provider gewoon (versleuteld) via de Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX), dat bij het NIKHEF op het terrein van het Wetenschappelijk Centrum Watergraafsmeer in Amsterdam ondergebracht is, naar een Cisco-router van het ITO. Waarom voor deze locatie is gekozen is een raadsel. Het NIKHEF-complex staat im-mers bekend als de slechtst beveiligde Europese Internet Exchange. Onze eigen foto van de Foundry “BigIron”, het apparaat waar alle megaproviders (en nu dus ook de tapkamer) op aangesloten zijn, levert onomstotelijk het be-wijs. We hadden net zo goed even de ITO-kabel er uit kunnen trekken...

Onlangs was nog in het nieuws dat het hele Nederlandse internet extreem kwetsbaar is. Dat blijkt dus ook voor de digitale tapkamer te gelden.

 Voor de hardcore techneuten onder ons; het ASN van ITO is AS16147. Ze hebben een Cisco-router aan de AMS-IX met IP-adres 193.148. 15.170 en MAC-adres 00: 03:FE:47:14:00.

 De router heeft verder 217.75.32.253 als IP-adres op een loopback-interface. Het ligt in de lijn der verwachting dat het ITO “private peering” (een directe koppeling tussen twee verschillende netwerken) zal prefereren boven uitwisseling van verkeer over de infrastructuur van de AMS-IX, om te verbergen van welke providers de tapkamer verkeer ontvangt.

 Momenteel is echter al zichtbaar dat Demon, EuroNet, InTouch, Planet Internet, SURFnet en Wirehub! Al peering sessies met het ITO hebben opgezet waarbij verkeer wordt uitgewisseld.

Als je straks dus wilt weten of je getapt wordt, hoef je alleen maar op de AMS-IX MRTG-statistieken te kijken en een herkenbaar verkeerspatroon te genereren in een periode van enkele dagen (MRTG heeft maar een 5 minuten nauwkeurigheid in zijn grafieken). Vervolgens gooi je er een Fourrier-analyse overheen, en je weet het.

 [1] www.hal2001.org/mailman/listinfo/hal-tap  , nl.internet.providers

 [2] www.nlip.nl/nao/ 

 [3] www.recht4all.nl/wetten/w/tlcmmnctw.htm 

 [4] www.xtdnet.nl/paul/tap/misc/Ontheffing.pdf 

 [5] www.nlip.nl/nao/kennisgeving.jpg 

 [6] www.xtdnet.nl/paul/tap/answers_isps.doc 

 [7] www.opentap.org/nao/brfNAOStasVW09-04.doc 

 [8] www.xtdnet.nl/paul/tap/TIIT-v0.1.2.pdf 

 [9] http://citeseer.nj.nec.com/young96dark.html 

 [10] www.hal2001.org/pipermail/hal-tap/2001-April/000020.html 

 [11] www.opentap.org/nao-l/ 

 [12] www.opentap.org 

 

 

 

Heeft u tips of commentaar stuur dan een mail naar webmaster@fnl.nl

U kijk naar een archiefpagina.
Klik op de link hieronder om de huidige site te bezoeken.
http://www.ct.nl