Jörg Wirtgen
Athlon ontwaakt
Hulp bij de juiste systeemkeuze
AMD wordt nog steeds geassocieerd met het beeld van de kleine goede, die de slechte Chipzilla Intel er flink van langs geeft. Anderzijds staat Intel bij veel klanten garant voor betrouwbare systemen met weinig compatibiliteitsproblemen. Maar zoals zovaak verwoord in reclamecampagnes: Building an image is not as important as the thirst for more power. Of iets dergelijks.
Wat behalve trouwe fans niemand had verwacht gebeurde vorig jaar zomer: chipfabrikant AMD leverde met de Athlon een processor af, die de Pentium III van Intel met gemak inhaalde en uit alle vergelijkende tests als snelste x86-processor uit de bus kwam.
AMD, dat in het low-cost bereik al vrij stevig in het zadel zat, begon nu ook in het bereik van de dure processors marktaandeel bij Intel weg te snoepen.
Ondanks de superieure snelheid van de Athlons moest AMD echter nog de nodige hindernissen nemen: de compatibiliteit met de Pentium III beperkte zich tot de software, hardwarematig kunnen de tegenstanders niet uitgewisseld worden. Ze hebben verschillende moederborden nodig, die in ieder geval elk een andere FSB (frontside-bus) hebben. Intel gebruikt sinds de Pentium Pro de GTL+-bus met verschillende slots (op het moment slot 1 en twee varianten van de socket 370), AMD paste de EV6-bus met de als slot A aangeduide slot aan.
Moederborden met Athlons slot A moesten zoals een naald in een hooiberg gezocht worden. Ruim drie maanden na de marktintroductie van de Athlon kregen we voor de eerste test in november van vorig jaar maar vijf moederborden in ons ct-laboratorium binnen. Er ontstonden geruchten dat Intel de fabrikanten van Athlon moederborden onder druk zou zetten door ze minder begeerde BX-chipsets voor Pentium systemen beschikbaar te stellen. Ook werd er gezegd dat alleen grote OEM fabrikanten van moederborden alleen nog maar Intel producten mochten leveren. Het zou hierbij gaan om trouwe aanhangers van Intel die alleen deel zouden mogen nemen aan een speciaal Intel A-team.
Asus, Gigabyte en Microstar (MSI) verstopten hun Athlon moederborden inderdaad en wilden ze in het begin niet openlijk verkopen en er ook geen support op leveren.
Bovendien moet AMD tegen de reusachtige imagevoorsprong van Intel opboksen. De naam Intel staat bij veel mensen synoniem voor processor, niet in de laatste plaats dankzij het feit dat Intel reclamefolders of televisiespotjes meefinanciert, waarin Intel als enige processorfabrikant wordt neergezet. En de andersdenkenden zijn jaren geleden al met de Think different campagne door Apple voor gewonnen. Toen bleven er voor AMD eigenlijk alleen nog maar gunstigere prijzen en een superieure techniek over om de harten van potentiÎle klanten te veroveren. In Duitsland is er misschien nog de status als exploitant van fabriek 30 in
Dresden, waar op het moment zon 1000 mensen werken.
Begin artikel
Evenwicht
Intussen is de situatie gewijzigd. AMDs performancevoorsprong verdween als sneeuw voor de zon toen Intel de Pentium III renoveerde en hem van de Coppermine kern voorzag die ongeveer net zo snel is als de
Athlon. Ook de markt voor moederborden ziet er meer ontspannen uit: meer dan 15 moederborden van bijna alle bekende fabrikanten deden aan onze test op pagina 120 mee. Eindelijk komen alle fabrikanten openlijk voor hun moederborden uit en bieden volledige support.
Begin maart stelde AMD de Athlon met een gigahertz voor en had hiermee veel succes bij het publiek. Intel liet de pr-nederlaag niet lang op zich zitten en volgde twee dagen later. Terwijl AMD in elk geval in staat was enkele testexemplaren van de 1000 te verdelen, duurde het een tijdje voordat Intel met tastbare Pentium III-1000EBs op de proppen kwam. Intussen is het tij gekeerd: Dell levert een systeem op Intel gebaseerde gigahertz processor af. Van de snelle Athlon systemen valt daarentegen in Europa nog maar weinig te bespeuren.
Met deze voorbarige aankondigingen hebben beide tegenstanders elkaar waarschijnlijk geen groot plezier gedaan. Er zijn in werkelijkheid nauwelijks processors boven 850 MHz leverbaar. Intel kon geen munt slaan uit de hogere bekendheidsgraad, ze hadden namelijk steeds weer problemen met het afleveren van processors, dat gold ook voor PIIIs met lagere kloksnelheden. En AMD hoort met een geschatte 12,6 miljoen verkochte Athlons in dit jaar en een omzet van 1,092 miljard dollar ook niet meer tot de kleine bedrijven. Voor 2001 wil men zelfs 31,8 miljoen chips produceren.
Enerzijds kan Intel niet echt meer als een mix van David, Superman en Robin Hood worden omschreven, anderzijds hoeven bedrijven die net als
Intel, succesvol, groot, en met een goede reclameafdeling uitgerust zijn niet noodzakelijkerwijs slechte producten te vervaardigen. Tijd dus voor een blik op de techniek van de Athlon en de Pentium
III, gevolgd door een objectief onderzoek van de voor- en nadelen.
Begin artikel
Kies je superheld
 |
De AMD Athlon in de
uitvoering voor slot A:
de SRAM componenten
die links en rechts van de
processor geplaatst zijn
werken met maximaal
350 MHz en remmen
zo de L2-cache af. |
De AMD Athlon beschikt over 128 KB level 1-cache en 512 KB level 2-cache. De L1-cache zit on die, de L2-cache is in aparte componenten op het processorbord ondergebracht. Omdat deze componenten met hoge klokfrequenties erg duur zijn, loopt de L2-cache niet met de volledige, maar maximaal met de halve snelheid van de processor (zie tabel). AMD vervaardigt op het moment model 2 van de Athlon met klokfrequenties van 550 tot 1000 MHz. Het oudere model 1 met kloksnelheden van 500 tot 700 MHz is als restant nog bij veel dealers verkrijgbaar. De snelheid van de twee modellen verschilt niet, het nieuwe model 2 gebruikt vanwege zijn modernere fabricageproces (0,18 µm structuurbreedte tegenover 0,25 bij model 1) minder stroom. AMD drukt een identificatie op de processors, bijvoorbeeld AMD-K7700MTR51BA, dat volgens het specsheet [1] echter niet het fabricageproces beschrijft, maar alleen bij model 1 en 2 identieke eigenschappen als grootte van het cache of kernspanning. De laatste letter is reserved, maar de lijst met geldige nummers toont een verband dientengevolge heeft model 1 een C op de laatste plaats en model 2 een A.
 |
De Intel Pentium III
met Katmai kern
heeft eveneens aparte
cachecomponenten nodig.
Hij wordt daarom uitsluitend in
de SECC2-behuizing voorslot 1
aangeboden.
|
Intel Pentium III processors worden eveneens in twee varianten aangeboden, die echter duidelijker van elkaar verschillen dan de varianten van de AMD
Athlon. De oudere Katmai kern heeft 32 KB L1-cache on die en een 512 KB grote L2-cache. Deze zit in aparte componenten op de processorkaart en werkt steeds met de halve snelheid van de kern. Intel vervaardigde de Katmai in versies van 450 tot 600 MHz. De nieuwe Coppermine is weliswaar niet, zoals de naam suggereerd wordt, op een moderne koperverbindingstechniek gebaseerd, maar biedt desondanks enkele voordelen: de structuurbreedte ligt nu bij 0,18 µm, hiermee daalde ook de stroomopname. De L2-cache kwam ook on die terecht, waardoor hij met de volledige snelheid van de kern loopt en beter met de L1-cache is verbonden. Hij kromp echter wel naar 256 KB. Toch won de Coppermine alle benchmarktests van de
Katmai. De Coppermine Pentiums herken je aan de extensie E in de naam (bijvoorbeeld Pentium III 600E), aan de opgave van de grootte van de cache of aan de snelheid. Alles boven 600 MHz moet een Coppermine zijn.
 |
Bij de Coppermine kern van de
Pentium III kwam de L2-cache
on die terecht zodat de
SECC2-uitvoering een erg lege
indruk maakt. Het benodigde
voltage daalde naar 1,65 volt.
|
Als je voor een bepaalde processor hebt gekozen ben je echter nog niet klaar. Intel biedt beide processors met twee verschillende kloksnelheden aan en de Coppermine bovendien in twee constructies. Pentiums die de extensie B in de naam hebben lopen met 133 MHz
FSB, alle anderen met 100 MHz. Dat de verhouding tussen FSB- en het aantal MHz van de kern van de processor vastligt wil nog niet zeggen dat de versies uitwisselbaar zijn. Een 600B heeft multiplicator 4,5 en loopt dientengevolge bij een FSB 100 MHz slechts op 450 MHz. Een 600 zal omgekeerd bij een FSB van 133 MHz niet met 133 x 6 = 800 MHz kunnen werken.
De keuze van de constructie valt gemakkelijker uit. De Katmai wordt alleen in een SECC2 behuizing voor slot 1 aangeboden. De Coppermines worden door Intel zowel in een SECC2 -behuizing als in het FC-PGA formaat vervaardigd. Deze wat goedkopere constructie heeft een passend slot (socket 370) op het moederbord of een adapter van socket 370 op slot 1 nodig. Een beetje voorzichtigheid is wel geboden: de adapter of het moederbord moeten expliciet voor FC-PGA geconstrueerd zijn. Zonder deze opgave zullen hoogstwaarschijnlijk alleen processors in het niet compatibele PPGA formaat functioneren.
Begin artikel
Hemelbed voor superheld
Alle drie factoren: kern, behuizing, FSB, beÔnvloeden de keuze van een geschikt moederbord voor de Pentium
III. Er zijn nog steeds veel moederborden op de markt die in bestaande computers zijn ingebouwd die niet aan de specificaties van de Coppermine kern voldoen (vooral de lagere kernspanning). Ze kunnen dan uitsluitend met de Katmai Pentiums met maximaal 600 MHz of oudere modellen zoals de Pentium II of de Celeron tot 533 MHz overweg. Actuele moederborden hebben met de Coppermine kern echter geen problemen. In geval van twijfel kun je via een telefoontje naar de fabrikant van het moederbord of een blik op zijn internetpaginas achterhalen welke processors in welk moederbord werken.
In moederborden met slot 1 kun je de huidige Intel processors gebruiken. De
PPGA- en FC-PGA-varianten lopen met adapters meestal zonder problemen, het is echter twijfelachtig of dat bij hogere kloksnelheden zo zal blijven. Moederborden met FC-PGA socket verhinderen wederom het gebruik van slot 1-processors, die met lage kloksnelheden op het moment vaak voor een aantrekkelijke prijs te krijgen zijn.
Ook de keuze van de FSB is niet eenvoudig. Alle moederborden van dit moment ondersteunen weliswaar een FSB van 100 MHz, maar daarmee kunnen alleen processors tot 850 MHz worden aangestuurd. Hogere klokfsnelheden biedt Intel alleen voor processors met FSB van133 MHz aan. Bovendien belooft de snellere bus ook grotere overdrachtssnelheden. Bij de keuze van de
FSB- snelheid komt ook de chipset van het moederbord om de hoek kijken. De populairste is de BX chipset van
Intel. Voor deze chipset spreken de snelheid en de grote ondersteuning door alle
moederbordfabrikanten, zodat BX moederborden als best ontwikkelde en snelste oplossingen te boek staan. Hij mist echter enkele moderne features, vooral een FSB van 133 MHz.
Die wordt op het moment alleen door de Apollo Pro 133 en 133A van VIA en de Intel chipsets i820 en i840 aangeboden. Alle vier kunnen met FSB100 overweg. De VIA chipsets zijn bovendien geschikt voor de 66 MHz FSB van Celeron processors. De VIA Apollo Pro 133 ondersteunt Ultra ATA/66, FSB 133, PC133 en
VC-geheugen, de Pro 133A bovendien AGP-4X. Maar beiden behalen niet de hoge geheugendoorvoersnelheid van de BX en blijven ook achter wat de ondersteuning door BIOS programmeurs en moederbordfabrikanten betreft. Voorzien van PC133 geheugenmodules blijven de moederborden qua snelheid en compatibiliteit achter op de BX concurrentie. Niet altijd duidelijk te merken, maar zeker wel te meten.
Intel i820 en i840 gebruiken een nieuwe geheugentechniek, de Rambus. Met de Rambus leggen ze een indrukwekkend tempo aan de dag. Maar Rambus modules
(RIMM) kosten ook na de eerste prijsdalingen nog een vermogen: voor 128 MB PC800 geheugenmodules moet ongeveer 2100 gulden worden betaald, tegen ongeveer 370 gulden voor een PC100 SDRAM geheugenmodule. Zo betalen Rambus klanten ongeveer zes keer zoveel voor een performanceverhoging van maximaal tien procent. Beide chipsets kunnen met een memory translator hub
(MTH) ook PC100 modules aanspreken, maar de snelheid lijdt zo onder de translation bij de geheugenbenadering, dat deze combinatie nog langzamer werkt dan VIA chipsets met dit type geheugen.
Geen van de drie chipsets kan dus een echt overtuigend compromis bieden: de Intel BX chipset zit op snelle en goed ontwikkelde moederborden, ondersteunt echter alleen processors tot 850 MHz en mist enkele features. De VIA chipset biedt moderne techniek, maar de performance en compatibiliteit laten te wensen over. En de Intel i820 en i840 zijn met DIMMs te langzaam en met RIMMs te duur.
Bij AMD is het een stuk minder onoverzichtelijk: model 1 en 2 worden in dezelfde behuizing aangeboden en hebben dezelfde FSB snelheden. Hiermee zou elke Athlon in elk slot A moederbord moeten functioneren. Er zijn echter niet veel moederbordfabrikanten die kunnen garanderen dat de versies boven 850 MHz ook werkelijk werken, ze hebben namelijk nog niet de gelegenheid gehad ze te testen. Er kan gekozen worden uit twee chipsets, de AMD Irongate en de VIA KX133. Beiden zijn wat snelheid en stabiliteit betreft grotendeels gelijk aan elkaar, de VIA chipset ondersteunt bovendien features als AGP-4x of PC133 geheugenmodules.
Begin artikel
Super socket A helden
 |
De Athlon Thunderbird.
De integratie van de
L2-cache on die
gebruikt AMD voor de
overstap naar een
socketformaat, socket A.
|
Die overzichtelijkheid is bij de Ahtlon echter verloren gegaan doordat AMD in juni twee nieuwe superhelden Athlon-opvolgers heeft voorgesteld. De Duron (codenaam
Spitfire) uit het low-cost bereik en de snellere Thunderbird. Beiden integreren de L2-cache on die en passen daardoor in een kleinere behuizing. Hiervoor heeft AMD de nieuwe socket A uitgebracht. De
Duron/Spitfire zijn door kosten te besparen in het socket formaat verschenen. Nieuwe moederborden voor de Thunderbird zullen dan ook snel het levenslicht zien. Wij hebben de Thunderbird op 700 MHZ reeds getest op een Epox (Ep-8KTA) waarbij bleek dat de Thunderbird een procent of 3 sneller is dan een Pentium III op 700 MHz. In vergelijking met de Athlon bleek de Thunderbird 6 procent sneller te zijn. Getest met BAPCo SYSMark2000.
Ook Irongate en KX133 blijven niet alleen. ALi en SiS willen goedkope chipsets met geÔntegreerde graphics voorstellen. Ook AMD beperkt zich niet tot de processors: de AMD-770 moet dual Athlon-systemen ondersteunen. De AMD-760 krijgt onder andere een nieuwe geheugeninterface: double data rate (DDR) moet tegen veel lagere kosten net zo hoge transfersnelheden als Rambus kunnen behalen. VIA is van plan om, naast een KX133-nakomeling voor de ondersteuning van socket A ook alle chipsets van een interface voor DDR geheugen te voorzien.
Hiermee zouden ook VIAs chipsets voor processors van Intel van het snelle geheugen profiteren en de aansluiting kunnen vinden met de Rambus en de achterstand op de Rambus inlopen. Het blijft nog steeds onduidelijk of de chipsets voor double data rate perse DDR geheugenmodules nodig hebben of additioneel traditionele DIMM SDRAM kunnen aansturen. Intel slaapt natuurlijk ook niet en plant met de i815 een chipset voor een FSB van 133 MHz die de goedkope PC133 modules ondersteunt. Intels volgende processorgeneratie na Coppermine heet
Willamette. Deze maakt waarschijnlijk van een ander busprotocol gebruikt en heeft daardoor geheel nieuwe chipsets en moederborden nodig.
Begin artikel
Voor de eeuwigheid
Al die verwarring doet ons eigenlijk alleen maar beseffen dat investeringszekerheid noch bij
Athlon- noch bij Pentium systemen gegarandeerd is. Niemand kan zeggen welke hardware van dit moment met toekomstige ontwikkelingen zal samenwerken. Bovendien dalen de prijzen bij processors, geheugens en moederborden zo snel dat het maar zelden de moeite waard is geld in een techniek te stoppen die je pas later kunt gebruiken. Het lijkt zinvoller bij het selecteren van componenten alleen naar de actuele eisen te kijken en hierbij op de koop toe te nemen dat je bij de volgende upgrade bijna de hele computer moet vervangen.
 |
De FC-PGA
behuizing ziet
af van het bij de
Coppermine kern
overbodige
SECC2 jasje.
Intel fabriceert
in dit compacte
formaat enkele
Pentium III-versies
en de Celeron vanaf
566 MHz.
|
Wie daarentegen zijn bestaande computer van een snellere techniek wil voorzien kan omgekeerd vaststellen of de criteria aan de hand waarvan hij tot aankoop is overgegaan juist waren. Als er een redelijk modern slot 1 moederbord met een 100 MHz FSB in het systeem zit, ondersteunt het een snelle Pentium
III. Afhankelijk van het moederbord zal dit ofwel de Katmai zijn met maximaal 600 MHz of de Coppermine tot 850 MHz. Als het bord slechts maximaal een FSB ondersteunt van 66 MHz (bijvoorbeeld borden met
LX-chipset), komen alleen Celeron processors in aanmerking. Waarschijnlijk met een snelheid tot 533 MHz.
Als je moederbord niet voldoende mogelijkheden biedt of als je naar een FSB van 133 MHz wilt overstappen, moet je in ieder geval het moederbord vervangen. Ook bezitters van oudere systemen, bijvoorbeeld met een socket 7 zullen het systeem flink moeten herzien. Er kunnen nog andere zaken aan een vervanging van het moederbord ten grondslag liggen. Bijvoorbeeld dat het moederbord geen USB heeft of te weinig stroom levert voor de nieuwe grafische kaart die je op het oog hebt.
Indien je niet anders kunt dan een nieuw moederbord te gaan kopen is een keuze tussen Pentium III en AMD Athlon niet gemakkelijk. Een rekensommetje met bijbehorende kosten kan dan wel wat duidelijkheid verschaffen omtrent de aanstaande keuze voor een nieuwe superheld. Want behalve moederbord en processor moeten er meestal nog meer nieuwe aankopen worden gedaan. Om een beetje een idee te krijgen van de aankopen die je nog moet gaan doen, moet je het volgende in overweging nemen:
- Voedingen onder 250 watt of oudere voedingen zouden met name voor systemen met een Athlon processor te zwak kunnen zijn. Maar ook snellere Pentiums hebben een goede stroomvoorziening nodig. Een voeding van 300 watt kost ongeveer 150 gulden.
- Bezitters van systemen met EDO-, Fastpage- of nog oudere geheugenmodules kunnen deze niet verder gebruiken. Afhankelijk van het moederbord dat je op het oog hebt, moeten er PC100-, PC133- of RIMM geheugenmodules worden gekocht. Een minimale uitrusting van 64 MB PC100 geheugen kost ongeveer 200 gulden. 128 MB kosten als PC100 geheugenmodule ongeveer 370 gulden, als PC133 geheugenmodule ongeveer 400 gulden en als RIMM PC800 geheugenmodule ongeveer 2100 gulden.
- Als je de oude AT computerkast verder wilt gebruiken komen moederborden voor een Athlon processor niet in aanmerking omdat die alleen in ATX formaat worden aangeboden. De weinige Intel -AT moederborden die nog verkrijgbaar zijn horen echter niet noodzakelijkerwijs tot de nieuwste generatie en zouden heel goed problemen met moderne Coppermine processors of stroomvretende AGP grafische kaarten kunnen hebben. De aanschaf van een nieuwe computerkast lijkt zinvoller. Het beste maar meteen met een sterke voeding van 300 watt die ongeveer 150 gulden kost.
- Moderne moederborden hebben maximaal drie ISA sloten. Meestal zelfs minder zodat er op PCI gebied wat nieuws aangeschaft zal moeten worden indien je collectie vele ISA uitbreidingskaarten bevat. Netwerkkaarten zijn verkrijgbaar vanaf 60 gulden en geluidskaarten vanaf 35 gulden. Modemkaarten (56
Kbit) ongeveer vanaf 135 gulden.
Als er van de oude computer dan niet veel meer als de diskettedrive overblijft, kun je hem beter als een compleet werkend systeem verkopen of cadeau doen aan je kleinere broertje of zusje. Voor afzonderlijke onderdelen die hun langste tijd hebben gehad krijg je sowieso meestal niet veel geld meer.
Begin artikel
Koele berekening
Voor de instap in de 500 MHz klasse betaal je voor een Athlon en Pentium III ongeveer evenveel. De Athlon op 500 MHz is voor ongeveer 446 gulden verkrijgbaar tegenover de Intel PIII 587
(SECC 2) gulden. De prijzen voor een Athlon moederbord beginnen bij 411 gulden. Voor een PIII moederbord met VIA chipset ben je ongeveer 281 gulden kwijt. De prijzen beginnen dus ongeveer vanaf 860 gulden voor processor en moederbord. Voor geheugen, grafische kaart, voeding, behuizing en wat je verder nog nodig hebt moet er dan nog bij opgeteld worden.
De Athlon wint vanaf 600 MHz, aangezien de AMD processor ongeveer 150 gulden goedkoper is dan een Intel processor op dezelfde snelheid (de Pentium III op 600 MHz wordt in zes uitvoeringen aangeboden). Bovendien wordt het zo langzaamaan de moeite waard een Pentium moederbord met BX chipset aan te schaffen. Deze op wat oudere Intel chipsets gebaseerde moederborden kosten minimaal ongeveer 270 gulden. Het prijsverschil tussen Intel en Athlon zet zich bij 850 MHz gewoon voort en loopt dan zelfs nog op in het nadeel van
Intel. Bij hetzelfde geheugen kost een goed moederbord met Intel i820 chipset voor Intel Pentium III Coppermine processors ongeveer 492 tot 1245 gulden. De Athlon tegenhanger 375 tot 450 gulden. Absolute processorprijzen kunnen vanwege sterke schommelingen nauwelijks worden opgegeven, maar de relatieve verschillen blijven tot 700 MHz min of meer constant. Bij 700 MHz ligt de Athlon minstens 130 gulden onder de Pentium III prijs. Bij 750 MHz verandert dit enorm en wordt loopt het verschil op tot meer dan 600 gulden en bij 800 MHz zit er tussen de Athlon en de Pentium een prijsverschil van ruim 1000 gulden.
Bij de koele vergelijking van de benchmarkresultaten valt op dat de Coppermines een stuk sneller werken dan Athlons met dezelfde snelheid. De bovenstaande vergelijking gaat dus niet helemaal op. Maar het prijsvoordeel van de Athlons is groot genoeg om dat te compenseren; ook met 50 of 100 MHz meer kost hij minder dan een
Pentium.
Boven de 850 MHz ziet het er voor Intel nog veel slechter uit, omdat de BX moederborden hiervoor niet meer geschikt zijn. Ofwel je stapt over op een moederbord met een VIA chipset en je neemt bij deze snelle processors een vervelend performanceverlies op de koop toe. Of je wisselt naar een Intel i820 chipset en aanverwant duurder moederbord met 128 MB Rambus geheugen. Voor moederborden gebaseerd op de tandem i820 met 128 MB Rambus PC800 geheugen moet je zonder processor al snel 2546 gulden neer tellen.
Begin artikel
Conclusie
Tenslotte blijft de vraag overeind of je al die rekenkracht wel echt nodig hebt. Dit zal zoals altijd afhangen van de toepassing (gamer of bureaugebruiker) en de dikte van je portemonnee. De markt biedt ook voor prijzen beneden de 1000 gulden aantrekkelijke oplossingen voor processor en moederbord die nog aan de eisen van veel applicaties voldoen. Zo kost de combinatie AMD K6-2 op 500 MHz en socket 7 moederbord minder dan 400 gulden. Voor een Intel Celeron op 466 MHz inclusief moederbord betaal je ongeveer 500 gulden.
Als het echter de snelle processorcategorie moet worden dan wint de Athlon combinatie de pure prijsvergelijking. Hoe hoger de snelheid des te meer geld je in je broekzak kan houden vergeleken met een Intel systeem. Bij het upgraden van bestaande computers kan dat echter veranderen als enerzijds het aanwezige moederbord voldoende is of er anderzijds aanvullende hardware gekocht moet worden.
Als je tenslotte ook aspecten van compatibiliteit en stabiliteit in je overweging mee opneemt, dan is het niet meer Pentium of Athlon maar eigenlijk BX chipset tegen de rest van de x86 wereld. De moederborden gebaseerd op de BX chipset missen enerzijds enkele moderne features anderzijds staan ze als snel en min of meer perfect ontwikkeld bekend. Als je van deze moederborden afstapt moet je hier en daar met moeilijkheden rekening houden. Hierbij maakt het eigenlijk niet of er nou een
Intel- of AMD processor in het systeem zit. De meeste conflicten kunnen echter met een beetje geduld en een internettoegang worden opgelost als je tenminste niet terugschrikt voor het flashen van je BIOS, wijzigen van setup parameters, Windows abracadabra en het veelvuldige installeren van nieuwe
drivers. En als je dan toch al die moeite gedaan hebt dan kun je financieel gezien beter voor de Athlon dan voor de Pentium III kiezen.
Begin artikel
| AMD Athlon |
|
Intel
Pentium III |
| Kernsnelheid |
L2-deler |
L2-snelheid |
Kernspanning |
max. stroomopname |
Kernsnelheid |
FSB |
L2-deler, -grootte |
Kernspanning |
max. stroomopnamen |
| model1 |
model2 |
[MHz] |
[MHz] |
[Kbyte] |
[V] |
[W] |
| [MHz] |
|
[MHz] |
[V] |
[W] |
[W] |
500 |
100 |
1:2,512 |
2,0 |
2,8 |
| 500 |
1:2 |
250 |
1,6 |
42 |
- |
500 |
100 |
1:1,256 |
1,65 |
16,0 |
| 550 |
1:2 |
275 |
1,6 |
46 |
31 |
600 |
100,133 |
1:2,512 |
2,0 |
34,5 |
| 600 |
1:2 |
300 |
1,6 |
50 |
34 |
600 |
100,133 |
1:1,256 |
1,65 |
19,8 |
| 650 |
1:2 |
325 |
1,6 |
54 |
36 |
650 |
100 |
1:1,256 |
1,65 |
21,5 |
| 700 |
1:2 |
350 |
1,6 |
50 |
39 |
700 |
100 |
1:1,256 |
1,65 |
23,1 |
| 750 |
2:5 |
300 |
1,6 |
- |
40 |
750 |
100 |
1:1,256 |
1,65 |
24,5 |
| 800 |
2:5 |
320 |
1,7 |
- |
48 |
800 |
100,133 |
1:1,256 |
1,65 |
26,4 |
| 850 |
2:5 |
340 |
1,7 |
- |
50 |
850 |
100 |
1:1,256 |
1,65 |
26,7 |
| 1000 |
1:3 |
333 |
1,8 |
- |
65 |
866 |
133 |
1:1,256 |
1,65 |
26,9 |
| 1000 |
133 |
1:1,256 |
1,7 |
33,0 |
Het stroomverbruik van de AMD Athlon model 2 (in 0,18 µm) ligt duidelijk onder dat van model 1 (in 0,25 µm). Omdat de componenten voor de L2-cache niet sneller dan 350 MHz kunnen loopt de L2 bij een stijgende kernsnelheid in vergelijking steeds langzamer en zo wordt zijn voordeel ten opzichte van de Pentium III bij hoge kloksnelheden steeds kleiner. |
De
Pentium III van Intel bestaat uit een groot aantal varianten waarvan we er enkele hebben weggelaten. Ze verschillen vooral wat de kern
(Katmai met 512 KB L2-cache en Coppermine met 256 KB) en de FSB betreft van elkaar. |
Begin artikel
Literatuur
[1] Specsheets met betrekking tot de AMD Athlon: http://www.amd.com/products/cpg/athlon/techdocs/index.html
Begin artikel
Begin artikel
Begin artikel
Begin artikel
|