U kijk naar een archiefpagina.
Klik op de link hieronder om de huidige site te bezoeken.
http://www.fnl.nl
De Mobile Pentium III-processor - Intels gelijkmaker
Begin pagina | Help
Index 2000 | 04-2000 | 03-2000 | 02-2000 | 01-2000 | naar 1999
PC Mobiel nummer 01-2000

De Mobile Pentium III-processor - Intels gelijkmaker

PCMobiel 01 2000
Naar begin
Nieuws en Trends
Notebooknieuws
Algemeen nieuws
Notebooks
Handhelds en PDA's
Presentatie
Software
Test
Techniek
Rubrieken
Overig
Leverancierslijst
Help

Pijlsnel onderweg

Met de intrede van de Pentium III-processor (de zogenaamde Coppermine) in de mobiele markt kan de notebook, mede door het opschroeven van de Front Side Bus-frequentie naar 100 MHz, direct met de zwaarste desktop-PC’s concurreren. Ook kijken we even terug op deze ontwikkeling.

Harro Tillema

Intel maakt het allemaal wel erg spannend. Na een veelvuldig verschoven intrededatum is de Mobile Pentium III-processor op 25 oktober officieel aan de wereld voorgesteld. Dat werd de hoogste tijd want de in het begin van het jaar gepubliceerde roadmap kwam niet meer met de werkelijkheid overheen.

Zo was Intel in september nog in de weer om een 466 MHz Celeron-processor te introduceren, maar kon men geen duidelijk antwoord geven op de vraag waarom deze nu sneller moest zijn dan de toenmalige high-end Pentium II-processor. Hier ontstond dus een overlapping en concurrentie uit eigen renstal.

Met de komst van de nieuwe highend, de razendsnelle 450 respectievelijk 500 MHz Mobile Pentium III-processor, wordt deze plooi weer gladgestreken. De performance wordt echter niet volledig bepaald door de klokfrequentie van deze Pentium III-processor; de naar 100 MHz verhoogde FSB-frequentie en betere interne componenten spelen hier ook een belangrijke rol. Met de komst van de Coppermine-processor lijken de dagen van de 0,25 micron-technologie, die zo’n twee jaar geleden met de Pentium 200 MMX-processor was ingeluid, alweer geteld.

Warme broodjes

Met de stap naar de Coppermine met 0,18 micron-technologie wordt de
vermogensdissipatie bij gelijke kloksnelheid van 400 MHz duidelijk gereduceerd. Dit wordt gerealiseerd door de verandering in bouw en het verlagen van de core-spanning naar 1,35 V; deze 400 MHz-exemplaren zullen doorgaans alleen toegepast worden in de range mininotebooks. Gewone notebooks met een PIII-processor worden doorgaans met een 450 of 500 MHz-exemplaar uitgerust. Doordat bij deze 0,18 micron-processors (PII-400, PIII-450 en 500 MHz) de core-spanning is verlaagd naar 1,5 V en de capacitaire verliezen kleiner zijn (als gevolg van de bouwwijze) neemt ook hier de dissipatie af. Het aloude warmteprobleem wordt hiermee echter niet opgelost. De koeling zal dus nog als vanouds door een ventilator moeten worden geregeld.

Net voor het inluiden van de 0,18 micron-technologie, werd de 400 MHz Celeron ingevoerd die met haar 0,25 micron-ontwerp en kloksnelheid al aan haar maximum zat. Intel heeft de kloksnelheid door een paar trucjes nog weten op te waarderen naar 433 respectievelijk 466 MHz, o.a. door de core-spanning met 0,3 volt naar 1,9 volt te verhogen. Dit had echter desastreuze gevolgen voor de vermogensdissipatie en dus de warmteontwikkeling. Je kunt je dus voorstellen dat deze warmteontwikkeling op de lange duur negatief kan uitpakken voor de overige warmtegevoelige componenten in de notebook.

De derde generatie - alleen vooruitgang?

Wie een paar honderd gulden wil investeren in een derde-generatie Pentium-processor, krijgt daar ongeveer 25% performancewinst voor terug. Ten opzichte van de 400 MHz PII-processor wordt de eerste 10% gewonnen door de hogere klokfrequentie, het grootste deel wordt veroorzaakt door de 100 MHz FSB-frequentie en de overige paar procent door de gewijzigde architectuur.

Er wordt overigens geen winst gemaakt door de on-die-cache (op de chip zelf geplaatste L2-cache die over de gehele bandbreedte werkt).
Op zo’n plak (wafer) worden honderden Pentium-III processors gelijktijdig geproduceerd, geïnspecteerd en getest.

Hoewel de desktop-processors moesten wachten op de Coppermine voor deze technologie, en dus wel winst boekten, was dit bij de Mobile Pentiumlijn al vanaf de PII-333 MHz het geval. Intel biedt de Pentium III-chips in verschillende bouwvormen aan de fabrikanten van notebooks aan. De meest toegepaste vorm is de bekende MMC2-module, je zult de uPGA (Pin Grid Array) en BGA (Ball Grid Array) minder vaak in een notebook zien.

naar top


 

Mobile Pentiumprocessors tot heden
Introductie Bouwwijze in micron Klokfrequentie in MHz Core-spanning in Volt Gedissipeerd vermogen in Watt
Pentium MMX
01-1997 0,35 166 2,45 9,0
Pentium MMX (Tillamook)
09-1997 0,25 200 1,8 3,4
09-1997 0,25 233 1,8 3,7
01-1998 0,25 266 1,8 5,3
01-1999 0,25 300 2,0 6,7
Mobile Pentium II
04-1998 0,25 233 1,7 7,6
04-1998 0,25 266 1,7 8,6
09-1998 0,25 300 1,6 9,0
Mobile Pentium II (Dixon)
01-1999 0,25 266 1,6 7,0
01-1999 0,25 300 1,6 7,7
01-1999 0,25 333 1,6 8,6
01-1999 0,25 366 1,6 9,5
06-1999 0,25 400 1,6 10,0
06-1999 0,18 400 1,5 7,0
Mobile Celeron
01-1999 0,25 266 1,6 6,3
01-1999 0,25 300 1,6 7,0
04-1999 0,25 333 1,6 7,7
05-1999 0,25 366 1,6 8,4*
06-1999 0,25 400 1,6 8,8*
09-1999 0,25 433 1,9 12,3*
09-1999 0,25 466 1,9 13,1*
Mobile Pentium III (Coppermine)
10-1999 0,18 400 1,35 6,5
10-1999 0,18 450 1,5 9,5
10-1999 0,18 500 1,5 10,5
* geïnterpoleerde waarden

naar top


 

 

     
U kijk naar een archiefpagina.
Klik op de link hieronder om de huidige site te bezoeken.
http://www.fnl.nl