Veilig e-mailverkeer
Notebookbezitters die e-mails in een afgeschermd bedrijfsnetwerk ongecodeerd versturen, zouden dat als ze op zakenreis zijn en van Internet gebruik maken in ieder geval beter niet kunnen doen. Hackers liggen aan alle kanten op de loer. Daar kun je je alleen met een effectief coderingsprogramma tegen verdedigen.
Bernd Klement
Iedereen die een e-mail in zijn ruwe vorm bekijkt, zou het moeten opvallen dat de open vorm van het bericht in ASCII-formaat eigenlijk niet met
een brief vergeleken kan worden. Bovendien is er tijdens het traject door het Internet voldoende gelegenheid voor derden om afzonderlijke e-mails eruit te filteren. Als het om veiligheid gaat moet de vaak gebruikte beschrijving van de e-mail als tegenhanger van een brief daarom meestal worden bijgesteld - de vergelijking met een briefkaart komt al veel meer in de richting.
Het merendeel van de e-mails gaat ongecodeerd over het Internet, de meeste zijn namelijk niet zo belangrijk dat het kwalijke gevolgen zou hebben als hun inhoud bekend werd. En de kans dat een alledaags bericht wordt opgemerkt is bij de enorme verkeersdichtheid in het datanet gering.
Mails versleutelen
Toch zijn er met name bij de overdracht van commercieel-zakelijke informatie gevallen waarbij vertrouwelijkheid van belang is. Denk bijvoorbeeld maar eens aan een publieke aanbesteding, waarbij een aanbieder de via e-mail verstuurde offertes van alle concurrenten binnenhaalt en deze kennis gebruikt om zijn zakelijke strategie daarop af te stemmen.
Ook is het mogelijk dat hij gewoon de aanbiedingen overeenkomstig zijn eigen voorstellingen vervalst. Een coderingsmethode zou derhalve aan twee voorwaarden moeten voldoen:
- Allereerst zou een e-mail een signatuur moeten hebben. Hieraan kan de ontvanger zien of de opgegeven afzender ook daadwerkelijk klopt. Deze vorm van signatuur wordt in twee uitvoeringen aangeboden: bij de eerste wordt alleen het opgegeven e-mailadres van de afzender geverifieerd. Bij de tweede, luxueuzere variant kunnen ook persoonlijke gegevens gecontroleerd worden.
- Op de tweede plaats moet de e-mail zo versleuteld worden dat alleen de ontvanger hem kan lezen.
Zowel Outlook Express van Microsofts Internet Explorer alsook de Messenger van Netscape bieden de mogelijkheid tot versleuteling - met behulp van S/MIME (Secure / Multipurpose Internet Mail
Extension).
De digitale ID fungeert als een soort legitimatiebewijs, dat door een Digital-ID-Provider beschikbaar wordt gesteld. Niet alleen de Messenger maar ook Outlook Express raden de US-provider VeriSign aan. VeriSign biedt twee soorten digitale IDs aan:
- Class-1 IDs hebben tot doel het e-mailadres van de user te bevestigen. Hiervoor staan ze in het publieke adresboek van het bedrijf.
- De beveiliging door Class-2 IDs gaat nog een stapje verder: deze zijn aan de daadwerkelijke naam van de gebruiker gebonden. Deze Class-2 IDs zijn echter voorbehouden aan Amerikaanse burgers.
naar top
Pretty Good Privacy
Voor het coderingsprogramma PGP bestond tot dusver bijzonder veel belangstelling - de drie letters staan voor Pretty Good Privacy. De zoekmachines op Internet leveren dan ook talloze web-adressen voor informatie en downloads
m.b.t. dit onderwerp. Met PGP kan een e-mail voor buitenstaanders onleesbaar worden gemaakt - na de versleuteling ziet het bericht eruit als een verzameling letters die toevallig achter elkaar werden gezet. Bij PGP werd een belangrijk zwak punt van vroegere coderingsmethodes vermeden: zo was het niet ideaal om voor de codering en decodering een en dezelfde sleutel te gebruiken of de sleutel van de desbetreffende andere sleutel af te kunnen leiden.
PGP maakt duidelijk onderscheid tussen een publieke en een privé-sleutel. De publieke sleutel is uitsluitend voor het coderen van het bericht bedoeld; hij geeft geen enkele informatie over de privé-sleutel. Daarom kan de publieke sleutel zonder bezwaar via het Internet worden verstuurd of zelfs in een database worden opgeslagen. Als je nu met deze sleutel een boodschap codeert en naar de bezitter van de privé-sleutel stuurt, kun je de codering niet eens zelf ongedaan maken. Dat is alleen met de privé-sleutel mogelijk, waar je dan ook zorgvuldig mee moet omgaan.
Behalve het onleesbaar maken van e-mails kun je met PGP ook een digitale signatuur aanbrengen. Deze is van belang als iemand iets publiekelijk toegankelijk wil maken, zonder dat het tijdens de verspreiding op Internet door derden vervalst kan worden. Als een bijdrage van zon digitale signatuur is voorzien, kan dit niet veranderd worden zonder dat dat wordt opgemerkt.
naar top
Beveiliging tegen spam
Veel mensen worden voortdurend lastiggevallen met ongewenste e-mails. Zulke mails zijn absoluut niets persoonlijks, want het is heel gemakkelijk een eenmaal geschreven bericht naar een paar duizend adressen te sturen.
De modernere e-mailprogrammas verhinderen ongewenste post met behulp van filters. Tegen pornografische post wordt in het filter het trefwoord sex opgegeven. Hierdoor worden echter ook de berichten van tegenstanders van dergelijke
sexaanbiedingen, die iets m.b.t. dit onderwerp te zeggen hebben, of tips van coderingsexperts eruit gefilterd. Alle e-mails van een bepaald adres eruit filteren is echter niet veel zinvoller. De mensen en bedrijven die deze massapost (ook spam genoemd) versturen, veranderen immers zo vaak hun e-mailadres dat een adresfilter niet voldoende beveiliging biedt. Daarmee is bovendien niets tegen de voortdurende belasting door ongewenste mails gedaan. De post werd immers al verstuurd - het filter zorgt er alleen voor dat de gebruiker deze mail niet te zien krijgt, omdat het bijvoorbeeld direct verwijderd wordt of in een trash-map verdwijnt.
Spam vermijdt je het beste al van tevoren door zorgvuldig te zijn met het doorsturen van je
e-mailadres: zo zou je bijvoorbeeld in discussiegroepen
je e-mailadres alleen met spaties voor en achter de @ moeten vermelden.
In plaats van xy@zzz.com dus xy@ zzz.com. Op die manier kan het adres niet worden verwerkt door programmas die e-mailadressen opspeuren en verzamelen. De deelnemers aan de discussiegroep weten echter hoe ze het adres moeten veranderen zodat de mail aankomt.
Conclusie: als je de eigenschappen van e-mails kent en van de manier waarop ze worden verstuurd, kun je dus best zelf een aantal zaken ondernemen voor het veilig omgaan met e-mail. De perfecte oplossing zal echter niet bestaan - en je kunt ook niet vertrouwen op wetenschappelijke ontwikkelingen .
naar top
Praktijk De grondbeginselen van e-mail
Opbouw van een e-mail
Natuurlijk is iedere gebruiker bij het lezen van Electronic Mail op de eerste plaats in de boodschap zelf geïnteresseerd. Toch kunnen ook de aanvullende technische gegevens informatief zijn. Hier kun je bijvoorbeeld uit afleiden langs welke weg de e-mail tenslotte bij je eigen adres terecht is gekomen.
Bernd Klement
 |
Http://www.pgpi.com
- een van de vele websites
m.b.t. het thema e-mailcodering
met Pretty Good Privacy. |
De eerste blik op een e-mail is waarschijnlijk voor alle Internet-beginners verwarrend: pas na heel wat regels nogal formele informatie volgt verder naar beneden de eigenlijke inhoud van het bericht. Deze extra gegevens zijn echter absoluut een tweede blik waard - tenslotte kun je er nuttige informatie uit aflezen. De hieronder gehanteerde namen en aanduidingen kunnen afwijken van de rubrieksnamen die úw e-mailprogramma hanteert.
Met de rubriek Received is bijvoorbeeld de informatie verbonden via welke server de boodschap van de afzender naar de ontvanger wordt overgedragen. Natuurlijk worden de af-
zender (rubriek From/Van) en de ontvanger (rubriek To/Naar) beschreven door een Internetadres, bijvoorbeeld in de vorm van
naam@domain.nl. Wat onder de rubriek Afzender wordt opgegeven zal meestal identiek zijn met dat wat onder From staat. Als de opgaven van elkaar verschillen, dan heeft de schrijver van de tekst het bericht niet zelf verzonden, maar is het via een externe server buiten een firewall verstuurd. Andere nuttige informatie kan de ontvanger uit de rubriek Cc halen. Hiermee wordt Carbon copy bedoeld, het Engelse woord voor doorslag. In deze rubriek staan de namen en e-mailadressen waarnaar een kopie van de e-mail wordt gestuurd.
Wat in de Subject/Onderwerp-regel staat is een eyecatcher en soms tevens de kop van het bericht. Bij een normale brief komt dit overeen met de rubriek Betreft. De afzender heeft zo de gelegenheid de inhoud van de e-mail met een trefwoord of een korte zin te schetsen. Behalve de specifieke data, die onder de al genoemde rubriek Received te vinden zijn, staat er natuurlijk ook informatie onder Date/ Verzonden, hier wordt het tijdstip aangegeven waarop het bericht werd verstuurd.
Mails beantwoorden
Een simpele tip om het e-mailverkeer duidelijker te maken, is onder de rubriek Reply to/Beantwoorden te vinden: hierin staat het
e-mailadres, waarnaar een ontvanger het antwoord op zijn e-mail verstuurt, door bij zijn e-mailprogramma de functie Afzender beantwoorden of gewoon Antwoorden te kiezen. Het onder deze rubriek opgegeven adres hoeft niet per se identiek te zijn met het adres van de afzender.
Pakketdienst
De MIME-standaard (Multipurpose Internet Mail Extensions) is heel belangrijk, omdat je hierdoor op heel comfortabele wijze bestanden (niet alleen tekstbestanden) kunt versturen per e-mail. Zo kunnen ook graphics of programmas worden verstuurd. In het bovenste deel staan daarom ook meestal gegevens over de
MIME-standaard.
Bovendien staat er in de inleiding informatie betreffende content-type en content-transfer-encoding. Het content-type beschrijft het formaat van de mail en eventueel van het toegevoegde bestand. Zo betekent
text/ plain; charset= iso-8859-1 dat het gaat om een tekstmail met de West-Europese bijzondere tekenset. Dat is niet vanzelfsprekend want de Amerikanen beperken zich bijvoorbeeld meestal tot hun
US-ASCII-tekenset.
De wijze van gegevensoverdracht wordt door Content-Transfer-Encoding vastgelegd. Dit kan op de volgende manier:
- als 7bit - niet gecodeerde 7-bit-tekst
- als 8bit - niet gecodeerde 8-bit-tekst
- als binary - binaire gegevens
- als quoted-printable - 7-bit-tekst; hierbij worden slechts een paar tekens gecodeerd
- als base64 - Base64-tekst, die voor binaire bestanden wordt gebruikt.
naar top
De POP3-standaard en de SMPT-standaard
Als een notebookbezitter met Internet-aansluiting een e-mail wil versturen, heeft hij in ieder geval client-software nodig, die het SMTP-protocol beheerst. Tegelijkertijd moet de naam van een SMTP-server in de client worden opgegeven, die ongeveer de vorm smtp.sitex.domain.com heeft. SMTP staat voor Simple Message Transfer Protocol.
Het bestaat in principe uit de volgende commandos:
HELO - hierdoor wordt de aanmelding bij een mail-server doorgevoerd
MAIL - zorgt voor het doorgeven van een e-mail
RCPT - met dit commando worden de ontvangers van een mail genoemd
DATA - hiermee wordt de overdracht van de inhoud van het bericht gestart
VRFY - door dit commando wordt nagekeken of een bepaalde inbox of e-mail-adres wel bestaat
EXPN - hiermee worden de e-mailadressen uit mailinglijsten opgevraagd
RSET - hiermee worden de verbindingen gereset
QUIT - afmelding van de server
Als het om de ontvangst van e-mails via Internet gaat, heeft vooral de POP3-standaard ingang gevonden. Met behulp van het POP3-protocol is het niet alleen mogelijk e-mails van iedere willekeurige computer met aansluiting op het Internet op te vragen, het speelt bovendien geen rol via welke dienst de mail werd verstuurd en welke software er werd gebruikt - vooropgesteld natuurlijk dat de e-mail-client het POP3-protocol beheerst. Om er voor te zorgen dat het opvragen functioneert moet in de instellingen van de client de POP3-server worden aangegeven, waarop de e-mail wordt opgeslagen. De volgende commandos horen bij het POP3-protocol:
User - hierdoor wordt de naam van de inbox of e-mail-adres overgedragen, die opgevraagd moet worden
Pass - is bepalend voor de overdracht van het wachtwoord
APOP - met dit commando kun je met een wachtwoord inloggen dat versleuteld wordt verstuurd
STAT - hierbij wordt geïnformeerd naar het aantal en de grootte van de berichten die klaar liggen
LIST - hierdoor worden de gegevens van een bepaald bericht opgevraagd
TOP - door dit commando wordt alleen de kop van het e-mailbericht gelezen
RETR - hierdoor krijgt de server de instructie een bepaald bericht te versturen
DELE - daardoor wordt een bericht in de inbox of e-mail-adres gewist
UIDL - daardoor wordt een eenduidig identificatiekenmerk voor een bepaald bericht opgevraagd
RSET - voor de uitvoering van een reset
QUIT - afmelding van de server
De meeste gangbare e-mailprogrammas beheersen het POP3-
en het SMTP-protocol, onder andere Netscapes Messenger en Microsofts Outlook Express, die ieder als onderdeel van de
Communicator- respectievelijk van het Internet Verkenner-pakket worden bijgeleverd.
naar top
->
|